Om in aanmerking te komen voor herregistratie moet je, naast de werkervaringseis, in 5 jaar 200 uur aan deskundigheidsbevordering hebben gedaan. Dit kan door middel van:
- bij- en nascholing (minimaal 100 uur);
- intercollegiale toetsing (minimaal 40 uur);
- overige deskundigheidsbevorderende activiteiten (maximaal 60 uur).

* Vijf jaar vanaf de inschrijving in het Verpleegkundig Specialisten Register (VSR), ook wel registratiedatum genoemd.
** Besteed je minder dan 60 uur aan overige deskundigheidsbevorderende activiteiten? Compenseer dit dan met bij- en nascholing of intercollegiale toetsing.
Let op! Volg niet alle scholing in een korte periode
De intercollegiale toetsing en bij- en nascholing of overige deskundigheidsbevorderende activiteiten moeten verdeeld worden over de 5 jaar. De intercollegiale toetsing moet in ten minste 3 van de 5 jaar gedaan worden. Net als de bij- en nascholing of overige deskundigheidsbevorderende activiteiten.
Voorwaarden bij- en nascholing
Een belangrijke voorwaarde ten aanzien van bij- en nascholing is dat de inhoud van de gevolgde scholing in de herregistratieperiode van 5 jaar verdeeld is over de verschillende competenties van de verpleegkundig specialist. Het is de bedoeling dat de verpleegkundig specialist zich breed schoolt. Het volgen van scholing uitsluitend op het terrein van het klinisch handelen in het eigen deskundigheidsgebied volstaat dus niet.
De eisen ten aanzien van deskundigheidsbevordering staan beschreven in artikel 43, 44 en 47 t/m 51 van het Algemeen Besluit Specialismen Verpleegkunde.